Op basis van een overeenkomst met de gemeente BKZ organiseerde MAIA VZW tijdens de zomervakantie in 2025 een zomerschool voor leerlingen van het secundair onderwijs en dit naar analogie met de zomerschool 2024 (toen in akkoord met de gemeente Kruibeke).
Als ik goed ben ingelicht werd voor de zomerschool 2025 een overeenkomst getekend in maart/april 2025 waarbij afgesproken werd dat de regierol bij vzw Maia werd gelegd en de lokalen in het oud-gemeentehuis van Kruibeke werden toegezegd.
Los van enkele praktische, administratieve en communicatieve kwesties werd deze zomerschool ingericht volgens de bepalingen van de Vlaamse Gemeenschap administratie onderwijs.
De gemeente BKZ diende dit dossier in bij de Vlaamse overheid en kreeg/zou krijgen de subsidies voor de werkingsmiddelen van de Vlaamse overheid en zou deze na verantwoording doorstorten aan vzw Maia.
In oktober 2025 kreeg de gemeente BKZ de nodige verantwoordingsstukken.
Ondertussen had het college op 22 september beslist om de samenwerking met vzw Maia voor de inrichting van de zomerschool 2025 op te zeggen op basis van de argumentatie dat de verantwoordingsstukken te laat ingediend waren/zouden zijn, met name ten laatste 30 september 2025.
Los van het feit dat het college op 22 september nog niet kon weten of deze stukken tijdig zouden ingediend worden bestaat er grote discussie over het feit of de uiterste datum van 30 september een uitsluitingscriterium is voor het aanvragen van de op basis van het dossier toegekende subsidies. De Vlaamse administratie behandelt blijkbaar nog veel dossiers die na de datum van 30 september ingediend zijn.
Daarom mijn vragen:
huishoudelijk reglement gemeenteraad
het verzoek van Groen&Co met betrekking tot 'zomerschool 2025 voor leerlingen van het secundair onderwijs door MAIA vzw' te behandelen.