De Vlaamse Codex Wonen van 2021 stelt de gemeente aan als coördinator en regisseur van het lokaal woonbeleid.
Gemeenten kunnen, zoals bepaald in de Vlaamse Codex Wonen, een register van leegstaande woningen en gebouwen bijhouden. Daarbij kunnen ze nadere materiële en procedurele regels voor het leegstandsregister bepalen.
De gemeente Beveren-Kruibeke-Zwijndrecht maakt deel uit van het intergemeentelijk project lokaal woonbeleid Waas 3 van Interwaas. Het activiteitenpakket van het project bevat het opsporen, registreren en aanpakken van leegstaande gebouwen en woningen als verplichte activiteit.
Het gemeentebestuur vindt het wenselijk dat het op het grondgebied van de gemeente beschikbare woningen- en gebouwenbestand optimaal benut wordt. Langdurige leegstand van woningen en gebouwen in de gemeente moet voorkomen en bestreden worden. We spreken van langdurige leegstand als een woning of gebouw al langer dan 12 maanden niet bewoond of effectief gebruikt wordt. Langdurige leegstand is vaak een voorbode van verwaarlozing, verkrotting en overlast. Daarnaast zijn leegstaande woningen niet beschikbaar voor de huizenmarkt, terwijl een grote groep mensen in de onmogelijkheid is om een betaalbare, beschikbare woning te vinden.
De strijd tegen leegstaande woningen en gebouwen zal maar een effect hebben als de opname in het leegstandsregister ook leidt tot een belasting.
De vrijstellingen van belasting die in dit reglement zijn opgenomen, sluiten het best aan bij de noden en het beleid van de gemeente.
De financiële toestand van de gemeente vereist de invoering van alle rendabele belastingen.
Volgende reglementen dienen naar aanleiding van de fusie te worden aangepast naar één gezamenlijk reglement:
De Grondwet, meer bepaald artikelen 41, 162 en 170, § 4;
Het Wetboek van de inkomstenbelastingen van 10 april 1992 en het Invorderingswetboek van 13 april 2019;
Het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;
Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikelen 286, 287, 288, inzake de bekendmaking en de inwerkingtreding van het belastingreglement;
Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 330, inzake het bestuurlijk toezicht op de besluiten van de Gemeenteraad betreffende de belastingreglementen;
Bestuursdecreet van 7 december 2018;
De Vlaamse Codex Wonen van 2021, art. 2.9 - 2.14;
Het Ministerieel besluit van 24 januari 2025 houdende de subsidiëring van intergemeentelijke projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid voor het jaar 2025;
De Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 aangaande het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
Het Gemeenteraadsbesluit Zwijndrecht van 30 november 2017 - Reglement registratie leegstaande woningen en gebouwen;
Het Gemeenteraadsbesluit Kruibeke van 26 december 2019 - Gemeenteverordening, inclusief belasting, op leegstand van gebouwen en/of woningen;
Het Gemeenteraadsbesluit Zwijndrecht van 26 november 2020 - Belastingreglement leegstaande woningen en gebouwen;
Het Gemeenteraadsbesluit Beveren van 31 mei 2022 - Leegstandsreglement en belastingreglement op leegstaande gebouwen en woningen;
Het Gemeenteraadsbesluit van 16 september 2024 van Kruibeke tot herziening intergemeentelijke samenwerking (IGS) wonen Interwaas;
Het Gemeenteraadbesluit van 26 september 2024 van Zwijndrecht tot herziening IGS wonen - toetreding tot Waas 3 (Interwaas);
Het Gemeenteraadsbesluit van 22 oktober 2024 van Beveren tot herziening IGS wonen Interwaas.
Belastbaar voorwerp
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een belasting geheven op leegstaande woningen en gebouwen.
Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit reglement gelden de begripsomschrijvingen van het artikel 1.3 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
Deel II: Leegstandsregister
Leegstandsregister
§1 De administratie houdt een leegstandsregister bij. Het leegstandsregister bestaat uit twee afzonderlijke lijsten:
Een woning of een gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijk register van verwaarloosde gebouwen of woningen, kan eveneens worden opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.
Een woning die opgenomen is in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen, kan niet worden opgenomen in het leegstandsregister. Het omgekeerde is echter wel mogelijk: de burgemeester kan een leegstaande woning alsnog ongeschikt of onbewoonbaar verklaren, en zo laten opnemen in de Vlaamse inventaris van ongeschikte of onbewoonbare woningen
§2 In het leegstandsregister worden de volgende gegevens opgenomen:
Het gemeentelijk register voor leegstaande woningen en gebouwen zal dienen als basis voor de opmaak van het belastingbiljet. Deze gegevens worden uitsluitend gebruikt voor de uitvoering van dit belastingreglement en worden verwerkt in overeenstemming met de geldende privacywetgeving (GDPR).
Registratie van leegstand
§1 De door het college van burgemeester en schepenen met de opsporing van leegstand belaste personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
§2 Alvorens de personeelsleden de woningen en gebouwen opnemen op het leegstandsregister, wordt een overzicht van op te nemen panden voorgelegd ter kennisname en goedkeuring van het college.
§3 Een leegstaand gebouw of een leegstaande woning wordt opgenomen in het leegstandsregister aan de hand van een genummerde administratieve akte, waarbij ofwel (1) een uittreksel van het bevolkingsregister zit ofwel (2) één of meerdere foto’s en een beschrijvend verslag, met vermelding van de indicaties die de leegstand staven, gevoegd worden. De datum van de administratieve akte geldt als de datum van de vaststelling van de leegstand en geldt als opnamedatum.
§4 De vaststelling van leegstand vertrekt vanuit:
Daarnaast kunnen één of meerdere objectieve indicaties zoals vermeld in de volgende niet-limitatieve lijst aanleiding geven tot opname in het leegstandsregister:
Kennisgeving van registratie
De zakelijk gerechtigde(n) wordt per beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het leegstandsregister. De kennisgeving bevat:
Jaarlijks wordt een overzicht van nieuwe geregistreerde leegstaande woningen en gebouwen ter kennisgeving voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen.
Bezwaar tegen registratie
§1 Binnen een termijn van dertig dagen ingaand de dag na deze van de betekening van het schrijven, vermeld in art 6, kan een zakelijk gerechtigde bij de bezwaarinstantie bezwaar aantekenen tegen de beslissing tot opname in het leegstandsregister. Het bezwaar wordt per beveiligde zending betekend. Het bezwaarschrift moet ondertekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten:
Als datum van het bezwaarschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd.
Als het bezwaarschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§2 Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend of nieuw bezwaarschrift ingediend worden, waarbij het eerdere bezwaarschrift als ingetrokken wordt beschouwd.
§3 Als het bezwaarschrift niet ontvankelijk is, deelt de bezwaarinstantie dit mee aan de indiener met de vermelding dat de procedure als afgehandeld wordt beschouwd. Het indienen van een aangepast of nieuw bezwaar is mogelijk zolang de bezwaartermijn van §1 niet verstreken is.
§4 De bezwaarinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke bezwaarschriften op basis van de voorgelegde bewijsstukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door het met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen belaste personeelslid. Het bezwaar wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een gebouw of een woning geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
§5 De bezwaarinstantie doet uitspraak over het bezwaar en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na deze van de betekening van het bezwaarschrift.
§6 Indien de beslissing tot opname in de gemeentelijke inventaris niet tijdig betwist wordt, of het bezwaar van de zakelijk gerechtigde onontvankelijk of ongegrond is, neemt de administratie het gebouw of de woning in het gemeentelijk register op vanaf de datum van de vaststelling van de leegstand.
§7 Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen over het bezwaar tegen de registratie kan binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van die beslissing een hoger beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg. Indien het college geen uitspraak doet over het bezwaar, of zijn uitspraak niet betekent binnen de termijn vermeld in §7, is een beroep bij de rechtbank van eerste aanleg mogelijk ten vroegste zes maanden na de datum van ontvangst van het bezwaar bij de gemeente. Artikelen 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing.
Schrapping uit de gemeentelijke inventaris
§1 Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een zakelijk gerechtigde bewijst dat de woning gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden ononderbroken bewoond is of aangewend wordt overeenkomstig de woonfunctie.
De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de woonfunctie. Het effectief gebruik zal blijken uit de inschrijvingen in de bevolkingsregisters of desgevallend na een onderzoek ter plaatse.
Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een zakelijk gerechtigde bewijst dat de woning een tweede verblijf betreft. De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie van een tweede verblijf.
Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een zakelijk gerechtigde bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie, vermeld in artikel 2, 6°, aangewend wordt gedurende een wettelijk bepaalde termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden.
De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie. De administratie stelt deze aanwending vast via administratieve gegevens of desgevallend na een onderzoek ter plaatse.
§2 Voor de schrapping uit het leegstandsregister richt de zakelijk gerechtigde een gemotiveerd verzoek aan de administratie, via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:
Als datum van het verzoek wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd.
De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het leegstandsregister en neemt een beslissing binnen een termijn van 90 dagen na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing binnen deze termijn van 90 dagen.
Wanneer de administratie oordeelt dat een aanvraag tot schrapping geweigerd dient te worden, is het steeds het college van burgemeester en schepenen dat hierover de eindbeslissing neemt. Weigeringen worden per beveiligde zending overgemaakt aan de aanvrager van de schrapping.
Deel III: Belasting
Belasting op leegstaande woningen en gebouwen
§1 Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het leegstandsregister.
De definities van woningen, gebouwen, leegstaande woning, leegstaand gebouw en leegstandsregister zijn omschreven in artikel 2.
§2 De belasting voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het leegstandsregister.
Zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, blijft de belasting verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt, tenzij een vrijstelling overeenkomstig artikel 11 van dit reglement is toegekend.
Belastingplichtige
§1. De belasting is verschuldigd door de zakelijk gerechtigde van het leegstaande gebouw of de leegstaande woning op de verjaardag van de opnamedatum.
§2. Indien er sprake is van een woning of gebouw in onverdeeldheid, wordt de belasting op naam van de onverdeeldheid gevestigd. Elke zakelijk gerechtigde is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
§3. In geval van overdracht van het zakelijk recht stelt de instrumenterende ambtenaar de verkrijger van het zakelijk recht er voorafgaandelijk van in kennis dat het goed is opgenomen in het leegstandsregister.
De instrumenterende ambtenaar stelt de administratie binnen twee maanden na het verlijden van de authentieke overdrachtsakte in kennis van de overdracht, de datum ervan, en de identiteitsgegevens van de nieuwe zakelijk gerechtigde.
Bij gebrek aan kennisgeving wordt de overdrager van het zakelijk recht als belastingplichtige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.
Tarief van de belasting
§1 Het basisbedrag van de belasting op de eerste verjaardag van de opname bedraagt:
Indien het gebouw of de woning een tweede opeenvolgende termijn van twaalf maanden op de inventaris staat bedraagt de belasting:
Indien het gebouw of de woning een derde opeenvolgende termijn van twaalf maanden op de inventaris staat bedraagt de belasting:
Indien het gebouw of de woning een vierde opeenvolgende termijn van twaalf maanden op de inventaris staat bedraagt de belasting:
Indien het gebouw of de woning een vijfde opeenvolgende termijn van twaalf maanden op de inventaris staat bedraagt de belasting:
Indien het gebouw of de woning een zesde opeenvolgende termijn van twaalf maanden op de inventaris staat bedraagt de belasting:
Indien het gebouw of de woning een zevende opeenvolgende termijn van twaalf maanden op de inventaris staat bedraagt de belasting:
Indien het gebouw of de woning een achtste opeenvolgende termijn van twaalf maanden op de inventaris staat bedraagt de belasting:
Indien het gebouw of de woning een negende en latere opeenvolgende termijn van twaalf maanden op de inventaris staat bedraagt de belasting:
§2 Bij volledige overdracht van het zakelijk recht betreffende het gebouw of de woning begint de nieuwe zakelijk gerechtigde met de betaling van het basisbedrag van de belasting. De datum van authentieke akte van overdracht geldt dan als begindatum van de eerste opeenvolgende termijn van twaalf maanden.
§3 Staat de woning of het gebouw eveneens en gelijktijdig vermeld in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen, dan dient de belastingplichtige ook de belasting op verwaarlozing te betalen.
Het belastingtarief is gekoppeld aan de index der consumptieprijzen en wordt jaarlijks geïndexeerd vanaf 1 januari 2027. Het aanvangsindexcijfer is het indexcijfer van december 2025. Het nieuwe indexcijfer is het indexcijfer van de maand december van het jaar dat de tariefaanpassing voorafgaat.
Vrijstellingen
§1 De zakelijk gerechtigde kan een vrijstelling van belasting aanvragen via beveiligde zending bij de administratie. Indien hij van een bepaalde vrijstelling, als vermeld in §2, gebruik wenst te maken, moet hij zelf de nodige bewijsstukken voorleggen. Indien de nodige bewijsstukken ontbreken, zal de administratie deze ontbrekende stukken opvragen. De zakelijk gerechtigde moet deze stukken vervolgens binnen een termijn van 14 dagen aanleveren. Een vrijstelling van de belasting kan aangevraagd worden bij de administratie via het daartoe bestemde inlichtingenformulier overeenkomstig artikel 12.
§2 Van de leegstandsheffing is vrijgesteld:
§3 De vrijstellingen 1 t.e.m. 15 vervallen vanaf het ogenblik dat de aanwezigheid van reclame aan of voor de woning of het gebouw wordt vastgesteld. Dit met uitzondering van reclame die wordt aangebracht mits uitdrukkelijke toestemming van Gemeente Beveren-Kruibeke-Zwijndrecht, met het oog op het activeren van het leegstaande pand.
§4 Vrijstellingsaanvragen die door de administratie niet kunnen worden aanvaard, omdat ze niet (volledig) voldoen aan de voorwaarden gestipuleerd in §2 punten 1 tot en met 15 worden steeds voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen. Het college neemt de eindbeslissing en kan ten allen tijde afwijkingen toestaan.
Meldingsplicht: Inlichtingenformulier
§1. De belastingplichtigen ontvangen jaarlijks een inlichtingenformulier. Dit formulier moet volledig ingevuld en ondertekend door de belastingplichtige, aangevuld met alle relevante bewijsstukken, teruggestuurd worden binnen een termijn van 30 kalenderdagen te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het inlichtingenformulier.
Het inlichtingenformulier kan via één van de volgende kanalen worden ingediend:
§2. Dient de eigenaar geen inlichtingenformulier in, dan wordt de belasting berekend conform de gegevens waarover de administratie beschikt.
Wijze van inning
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Betalingstermijn
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Bezwaarprocedure
De vestiging en de invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen een aanslag, een belastingverhoging of een administratieve geldboete bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen op straffe van verval binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde kalenderdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of de datum van de inning van de contantbelasting. Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend zijn en gemotiveerd zijn.
Inwerkingtreding
In afwijking van artikel 288, 1e lid van het Decreet Lokaal Bestuur, treedt dit reglement in werking op 1 januari 2026.
Het gemeenteraadsbesluit Beveren van 31 mei 2022 betreffende leegstandsreglement en belastingreglement op leegstaande gebouwen en woningen wordt met ingang vanaf aanslagjaar 2026 opgeheven.
Het gemeenteraadsbesluit Kruibeke van 26 december 2019 betreffende gemeenteverordening, inclusief belasting, op leegstand van gebouwen en/of woningen wordt met ingang vanaf aanslagjaar 2026 opgeheven.
Het gemeenteraadsbesluit Zwijndrecht van 30 november 2017 betreffende reglement registratie leegstaande woningen en gebouwen wordt met ingang van 1 januari 2026 opgeven.
Het gemeenteraadsbesluit van 26 november 2020 Zwijndrecht betreffende belastingreglement leegstaande woningen en gebouwen wordt met ingang vanaf aanslagjaar 2026 opgeheven.
Overgangsregeling
Het aantal termijnen dat een woning of een gebouw reeds op het leegstandsregister staat, wordt behouden bij ingang van dit nieuwe reglement. De termijn die in acht genomen wordt voor de heffing, wordt berekend vanaf de eerste opname op het leegstandsregister of vanaf de datum van authentieke akte van overdracht.
Vrijstellingen die toegekend zijn op basis van een te vervangen reglement overeenkomstig artikel 17 blijven geldig voor de duurtijd die in dat reglement is voorzien.
Bevoegdheden
De gemeenteraad belast de bevoegde administratie en het college van burgemeester en schepenen met de uitvoering van dit besluit.
Bekendmaking
Dit reglement wordt bekendgemaakt conform de bepalingen van artikelen 286, §1, 1° en 287 van het Decreet Lokaal bestuur.
Toezicht
Conform artikel 330 van het Decreet Lokaal Bestuur, brengt de gemeente de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking van dit reglement.