Terug
Gepubliceerd op 27/11/2025

2025_GR_00553 - Reglement registratie en belasting van langdurig leegstaande woningen en gebouwen - Vaststelling

Gemeenteraad
di 18/11/2025 - 19:30 Raadzaal
Goedgekeurd
Dit besluit handelt over een Belastingreglement, type Kohierbelasting. Dit reglement treedt in werking op 01/01/0206 en eindigt op 31/12/2031
  • Relevante MAR code: 7376 - Leegstand / verkrotting bedrijfsruimten
  • Bijkomende aanslagvoet: Nee

Samenstelling

Aanwezig

Marc Van de Vijver, burgemeester; Katrien Claus, schepen; Boudewijn Vlegels, schepen; Inge Brocken, schepen; Lien Van Dooren, schepen; Laura Staut, schepen; Jeroen Verhulst, schepen; Kris Smet, schepen; Anke Heyrman, schepen; Danny Van Hove, schepen; Dimitri Van Laere, schepen; Antoine Denert, raadslid; Denise Melis-De Lamper, raadslid; Filip Vercauteren, raadslid; Jos Stassen, raadslid; Marleen Van Hauteghem, raadslid; Ingeborg De Meulemeester, raadslid; Ronny Hiel, raadslid; Jan Van de Perre, raadslid; Bert Verbraeken, raadslid; Tom Roskam, raadslid; Stijn De Munck, raadslid; Hilde Maes, raadslid; Nadia Othman, raadslid; Veerle Beernaert, raadslid; Els Eeckhaoudt, raadslid; Steven Vervaet, raadslid; Koen Maes, raadslid; Katleen De Schepper, raadslid; Walter Van de Vyver, raadslid; Koen Maris, raadslid; Berlinda De Cleen, raadslid; Bram Massar, raadslid; Leentje Van Laere, raadslid; Jamie Kerremans, raadslid; Dries Van Wouwe, raadslid; Pieter-Jan Certyn, raadslid; Bert Roosens, raadslid; Ayoubi Benali, raadslid; Ziggy De Koster, raadslid; Tijs Van Vynckt, algemeen directeur; Victor Catry, voorzitter Gemeenteraad - raadslid

Verontschuldigd

Tina Van Havere, raadslid; Rudi Hendrikx, raadslid

Secretaris

Tijs Van Vynckt, algemeen directeur

Voorzitter

Victor Catry, voorzitter Gemeenteraad - raadslid

Stemming op het agendapunt

2025_GR_00553 - Reglement registratie en belasting van langdurig leegstaande woningen en gebouwen - Vaststelling

Aanwezig

Marc Van de Vijver, Katrien Claus, Boudewijn Vlegels, Inge Brocken, Lien Van Dooren, Laura Staut, Jeroen Verhulst, Kris Smet, Anke Heyrman, Danny Van Hove, Dimitri Van Laere, Antoine Denert, Denise Melis-De Lamper, Filip Vercauteren, Jos Stassen, Marleen Van Hauteghem, Ingeborg De Meulemeester, Ronny Hiel, Jan Van de Perre, Bert Verbraeken, Tom Roskam, Stijn De Munck, Hilde Maes, Nadia Othman, Veerle Beernaert, Els Eeckhaoudt, Steven Vervaet, Koen Maes, Katleen De Schepper, Walter Van de Vyver, Koen Maris, Berlinda De Cleen, Bram Massar, Leentje Van Laere, Jamie Kerremans, Dries Van Wouwe, Pieter-Jan Certyn, Bert Roosens, Ayoubi Benali, Ziggy De Koster, Tijs Van Vynckt, Victor Catry
Stemmen voor 41
Marc Van de Vijver, Katrien Claus, Boudewijn Vlegels, Inge Brocken, Stijn De Munck, Lien Van Dooren, Laura Staut, Koen Maes, Jeroen Verhulst, Bram Massar, Leentje Van Laere, Dries Van Wouwe, Hilde Maes, Walter Van de Vyver, Kris Smet, Anke Heyrman, Koen Maris, Filip Vercauteren, Bert Roosens, Dimitri Van Laere, Danny Van Hove, Antoine Denert, Ronny Hiel, Els Eeckhaoudt, Marleen Van Hauteghem, Jan Van de Perre, Bert Verbraeken, Tom Roskam, Berlinda De Cleen, Jos Stassen, Veerle Beernaert, Denise Melis-De Lamper, Nadia Othman, Ayoubi Benali, Pieter-Jan Certyn, Steven Vervaet, Jamie Kerremans, Ziggy De Koster, Katleen De Schepper, Ingeborg De Meulemeester, Victor Catry
Stemmen tegen 0
Onthoudingen 0
Blanco stemmen 0
Ongeldige stemmen 0
2025_GR_00553 - Reglement registratie en belasting van langdurig leegstaande woningen en gebouwen - Vaststelling 2025_GR_00553 - Reglement registratie en belasting van langdurig leegstaande woningen en gebouwen - Vaststelling

Motivering

Inhoudelijke toelichting

De Vlaamse Codex Wonen van 2021 stelt de gemeente aan als coördinator en regisseur van het lokaal woonbeleid. 

Gemeenten kunnen, zoals bepaald in de Vlaamse Codex Wonen, een register van leegstaande woningen en gebouwen bijhouden. Daarbij kunnen ze nadere materiële en procedurele regels voor het leegstandsregister bepalen. 

De gemeente Beveren-Kruibeke-Zwijndrecht maakt deel uit van het intergemeentelijk project lokaal woonbeleid Waas 3 van Interwaas. Het activiteitenpakket van het project bevat het opsporen, registreren en aanpakken van leegstaande gebouwen en woningen als verplichte activiteit.

Het gemeentebestuur vindt het wenselijk dat het op het grondgebied van de gemeente beschikbare woningen- en gebouwenbestand optimaal benut wordt. Langdurige leegstand van woningen en gebouwen in de gemeente moet voorkomen en bestreden worden.  We spreken van langdurige leegstand als een woning of gebouw al langer dan 12 maanden niet bewoond of effectief gebruikt wordt.  Langdurige leegstand is vaak een voorbode van verwaarlozing, verkrotting en overlast.  Daarnaast zijn leegstaande woningen niet beschikbaar voor de huizenmarkt, terwijl een grote groep mensen in de onmogelijkheid is om een betaalbare, beschikbare woning te vinden.

De strijd tegen leegstaande woningen en gebouwen zal maar een effect hebben als de opname in het leegstandsregister ook leidt tot een belasting.

De vrijstellingen van belasting die in dit reglement zijn opgenomen, sluiten het best aan bij de noden en het beleid van de gemeente.

De financiële toestand van de gemeente vereist de invoering van alle rendabele belastingen.

Volgende reglementen dienen naar aanleiding van de fusie te worden aangepast naar één gezamenlijk reglement:

  • Gemeenteraadsbesluit Beveren 31 mei 2022 - Leegstandsreglement en belastingreglement op leegstaande gebouwen en woningen 
  • Gemeenteraadsbesluit Kruibeke 26 december 2019 - Gemeenteverordening, inclusief belasting, op leegstand van gebouwen en/of woningen
  • Gemeenteraadsbesluit Zwijndrecht 30 november 2017 - Reglement registratie leegstaande woningen en gebouwen
  • Gemeenteraadsbesluit 26 november 2020 Zwijndrecht - Belastingreglement leegstaande woningen en gebouwen

Juridische grond

De Grondwet, meer bepaald artikelen 41, 162 en 170, § 4;

Het Wetboek van de inkomstenbelastingen van 10 april 1992 en het Invorderingswetboek van 13 april 2019;

Het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikelen 286, 287, 288, inzake de bekendmaking en de inwerkingtreding van het belastingreglement; 

Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 330, inzake het bestuurlijk toezicht op de besluiten van de Gemeenteraad betreffende de belastingreglementen; 

Bestuursdecreet van 7 december 2018;

De Vlaamse Codex Wonen van 2021, art. 2.9 - 2.14;

Het Ministerieel besluit van 24 januari 2025 houdende de subsidiëring van intergemeentelijke projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid voor het jaar 2025;

De Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 aangaande het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;

Het Gemeenteraadsbesluit Zwijndrecht van 30 november 2017 - Reglement registratie leegstaande woningen en gebouwen;

Het Gemeenteraadsbesluit Kruibeke van 26 december 2019 - Gemeenteverordening, inclusief belasting, op leegstand van gebouwen en/of woningen;

Het Gemeenteraadsbesluit Zwijndrecht van 26 november 2020 - Belastingreglement leegstaande woningen en gebouwen;

Het Gemeenteraadsbesluit Beveren van 31 mei 2022 - Leegstandsreglement en belastingreglement op leegstaande gebouwen en woningen;

Het Gemeenteraadsbesluit van 16 september 2024 van Kruibeke tot herziening intergemeentelijke samenwerking (IGS) wonen Interwaas; 

Het Gemeenteraadbesluit van 26 september 2024 van Zwijndrecht tot herziening IGS wonen - toetreding tot Waas 3 (Interwaas);

Het Gemeenteraadsbesluit van 22 oktober 2024 van Beveren tot herziening IGS wonen Interwaas.

Regelgeving bevoegdheid

Artikel 40 §3 van het decreet lokaal bestuur
Artikel 40 §3 van het decreet lokaal bestuur: De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen vast. Met behoud van de toepassing van de federale wetgeving in verband met de bevoegdheid van de gemeenteraad om politieverordeningen vast te stellen, kunnen de reglementen onder meer betrekking hebben op het gemeentelijk beleid, de gemeentelijke belastingen en retributies, en op het inwendige bestuur van de gemeente.

Besluit

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

Belastbaar voorwerp 

Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een belasting geheven op leegstaande woningen en gebouwen.

Artikel 2

Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit reglement gelden de begripsomschrijvingen van het artikel 1.3 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021. 

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

  1. Aanslagjaar: het aanslagjaar is het jaar waarin de belasting verschuldigd is 
  2. Administratie: De gemeentelijke administratieve eenheid die door het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister;
  3. Bezwaarinstantie: het college van burgemeester en schepenen;
  4. Beveiligde zending: Eén van de hiernavolgende betekeningswijzen: een aangetekend schrijven of een afgifte tegen ontvangstbewijs; 
  5. Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2,1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten;
  6. Leegstaand gebouw: Gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een periode van ten minste twaalf opeenvolgende maanden of gedurende een kortere termijn die bepaald wordt met toepassing van het vierde lid.  Hierbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw.
    De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan uitgereikte omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is, of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
    Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is pas afsplitsbaar indien het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
    Een gemeente kan bij verordening een kortere termijn als vermeld in het eerste lid bepalen voor gebouwen die in hoofdzaak gediend hebben voor een economische activiteit als vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten. Die kortere termijn kan, op voorwaarde van een zorgvuldige motivering, gelden voor het volledige grondgebied van de gemeente of voor afgebakende zones waarin de gemeente economische bedrijvigheid wil stimuleren.
    Een leegstaand landbouwbedrijfsgebouw valt niet onder de toepassing van de definitie van leegstaand gebouw.
  7. Leegstaande woning: woning die gedurende een periode van ten minste 12 opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met:       
    1) hetzij de woonfunctie;
    2) hetzij elke andere bij gemeentelijke verordening omschreven functie die een effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning met zich meebrengt.
  8. Leegstandsregister: Het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen als vermeld in artikel 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
  9. Gebouweenheid: De kleinste eenheid binnen een gebouw die geschikt is voor woon-, bedrijfsmatige, of recreatieve doeleinden en die ontsloten wordt via een eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde circulatieruimte. Een gebouweenheid is in functioneel opzicht zelfstandig. Daarnaast kan een gebouweenheid ook een gemeenschappelijk deel zijn.
  10. Leegstand bij appartementen: Een appartementsgebouw wordt belast per gebouweenheid.  De leegstaande gebouweenheid wordt aanzien als zijnde leegstaande woning of leegstaand gebouw. 
  11. Leegstand bij nieuwbouw: Een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt als een leegstaand gebouw of een leegstaande woning beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie. 
  12. Opnamedatum: de datum waarop het gebouw of de woning in het leegstandsregister wordt opgenomen;
  13. Ramp: een gebeurtenis die zich voordoet onafhankelijk van de wil van de zakelijk gerechtigde en waardoor de schade dermate is, dat het gebruik onmogelijk is (brand, overstroming, aardbeving, hevige storm, …, dit is geen limitatieve opsomming);
  14. Verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de datum van eerste inschrijving, zolang het gebouw en/of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt.
  15. Woning: een goed vermeld in artikel 1.3, §1, 66°, van de Vlaamse Codex Wonen  (elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande). 
  16. Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
    a) de volle eigendom,
    b) het recht van opstal of van erfpacht
    c) het vruchtgebruik

Deel II: Leegstandsregister 

Artikel 3

Leegstandsregister

§1 De administratie houdt een leegstandsregister bij. Het leegstandsregister bestaat uit twee afzonderlijke lijsten:

  1. een lijst “leegstaande gebouwen”;
  2. een lijst “leegstaande woningen”.

Een woning of een gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijk register van verwaarloosde gebouwen of woningen, kan eveneens worden opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister. 

Een woning die opgenomen is in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen, kan niet worden opgenomen in het leegstandsregister. Het omgekeerde is echter wel mogelijk: de burgemeester kan een leegstaande woning alsnog ongeschikt of onbewoonbaar verklaren, en zo laten opnemen in de Vlaamse inventaris van ongeschikte of onbewoonbare woningen

§2 In het leegstandsregister worden de volgende gegevens opgenomen:

  1. het adres van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw;
  2. de kadastrale gegevens van de leegstaande woning of gebouw;
  3. de identiteit en het adres van de zakelijk gerechtigde(n);
  4. het nummer en de datum van de administratieve akte;
  5. de indicatie of indicaties die aanleiding hebben gegeven tot de opname.

Het gemeentelijk register voor leegstaande woningen en gebouwen zal dienen als basis voor de opmaak van het belastingbiljet. Deze gegevens worden uitsluitend gebruikt voor de uitvoering van dit belastingreglement en worden verwerkt in overeenstemming met de geldende privacywetgeving (GDPR).

Artikel 4

Registratie van leegstand

§1 De door het college van burgemeester en schepenen met de opsporing van leegstand belaste personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

§2 Alvorens de personeelsleden de woningen en gebouwen opnemen op het leegstandsregister, wordt een overzicht van op te nemen panden voorgelegd ter kennisname en goedkeuring van het college.

§3 Een leegstaand gebouw of een leegstaande woning wordt opgenomen in het leegstandsregister aan de hand van een genummerde administratieve akte, waarbij ofwel (1) een uittreksel van het bevolkingsregister zit ofwel (2) één of meerdere foto’s en een beschrijvend verslag, met vermelding van de indicaties die de leegstand staven, gevoegd worden. De datum van de administratieve akte geldt als de datum van de vaststelling van de leegstand en geldt als opnamedatum. 

§4 De vaststelling van leegstand vertrekt vanuit: 

  • het ontbreken van een inschrijving in het bevolkingsregister op het adres van de woning;
  • getuigenissen: verklaringen van omwonende(n), postbode, wijkagent.

      Daarnaast kunnen één of meerdere objectieve indicaties zoals vermeld in de volgende niet-limitatieve lijst aanleiding geven tot opname in het leegstandsregister:

  • het langdurig aanbieden van het gebouw of van de woning als “te huur” of “te koop”;
  • het ontbreken van aansluitingen op nutsvoorzieningen;
  • het vermoeden van domiciliefraude;
  • het vermoeden dat de woning of het gebouw niet gebruikt wordt overeenkomstig de vergunde functie;
  • dichtgemaakte of opgeheven raamopeningen (dicht geplakt, dicht geschilderd);
  • uitpuilende of dichtgeplakte brievenbus;
  • de vermindering van het kadastraal inkomen overeenkomstig artikel 15 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992;

Artikel 5

Kennisgeving van registratie

De zakelijk gerechtigde(n) wordt per beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het leegstandsregister.  De kennisgeving bevat:

  • De administratieve akte indien er een inschrijving ontbreekt in het bevolkingsregister.
    OF
     De administratieve akte met inbegrip van het beschrijvend verslag indien van toepassing.
  • Informatie over de gevolgen van de opname in het leegstandsregister.
  • Informatie met betrekking tot de bezwaarprocedure tegen de opname in het leegstandsregister.
  • Informatie over de mogelijkheid tot schrapping uit het leegstandsregister.

Jaarlijks wordt een overzicht van nieuwe geregistreerde leegstaande woningen en gebouwen ter kennisgeving voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen.

Artikel 6

Bezwaar tegen registratie

§1 Binnen een termijn van dertig dagen ingaand de dag na deze van de betekening van het schrijven, vermeld in art 6, kan een zakelijk gerechtigde bij de bezwaarinstantie bezwaar aantekenen tegen de beslissing tot opname in het leegstandsregister. Het bezwaar wordt per beveiligde zending betekend. Het bezwaarschrift moet ondertekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten:

  • de identiteit en het adres van de indiener;
  • de vermelding van het nummer van de administratieve akte en het adres van het gebouw of de woning waarop het bezwaarschrift betrekking heeft; 
  • de bewijsstukken die aantonen dat de opname van het gebouw of de woning ten onrechte is gebeurd. De vaststelling van de leegstand kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed.

Als datum van het bezwaarschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd. 

Als het bezwaarschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.

§2 Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend of nieuw bezwaarschrift ingediend worden, waarbij het eerdere bezwaarschrift als ingetrokken wordt beschouwd.

§3 Als het bezwaarschrift niet ontvankelijk is, deelt de bezwaarinstantie dit mee aan de indiener met de vermelding dat de procedure als afgehandeld wordt beschouwd. Het indienen van een aangepast of nieuw bezwaar is mogelijk zolang de bezwaartermijn van §1 niet verstreken is.

§4 De bezwaarinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke bezwaarschriften op basis van de voorgelegde bewijsstukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door het met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen belaste personeelslid. Het bezwaar wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een gebouw of een woning geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek. 

§5 De bezwaarinstantie doet uitspraak over het bezwaar en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na deze van de betekening van het bezwaarschrift. 

§6 Indien de beslissing tot opname in de gemeentelijke inventaris niet tijdig betwist wordt, of het bezwaar van de zakelijk gerechtigde onontvankelijk of ongegrond is, neemt de administratie het gebouw of de woning in het gemeentelijk register op vanaf de datum van de vaststelling van de leegstand.

§7 Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen over het bezwaar tegen de registratie kan binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van die beslissing een hoger beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg. Indien het college geen uitspraak doet over het bezwaar, of zijn uitspraak niet betekent binnen de termijn vermeld in §7, is een beroep bij de rechtbank van eerste aanleg mogelijk ten vroegste zes maanden na de datum van ontvangst van het bezwaar bij de gemeente. Artikelen 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing.

Artikel 7

Schrapping uit de gemeentelijke inventaris

§1 Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een zakelijk gerechtigde bewijst dat de woning gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden ononderbroken bewoond is of aangewend wordt overeenkomstig de woonfunctie.

De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de woonfunctie. Het effectief gebruik zal blijken uit de inschrijvingen in de bevolkingsregisters of desgevallend na een onderzoek ter plaatse. 

Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een zakelijk gerechtigde bewijst dat de woning een tweede verblijf betreft. De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie van een tweede verblijf.

Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een zakelijk gerechtigde bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie, vermeld in artikel 2, 6°, aangewend wordt gedurende een wettelijk bepaalde termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden.

De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie. De administratie stelt deze aanwending vast via administratieve gegevens of desgevallend na een onderzoek ter plaatse.

§2  Voor de schrapping uit het leegstandsregister richt de zakelijk gerechtigde een gemotiveerd verzoek aan de administratie, via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:

  • de identiteit en het adres van de indiener;
  • de vermelding van het nummer van de administratieve akte en het adres van het gebouw of de woning waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft; 
  • de bewijsstukken overeenkomstig artikel 7 §1 die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit het leegstandsregister.

Als datum van het verzoek wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd.

De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het leegstandsregister en neemt een beslissing binnen een termijn van 90 dagen na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing binnen deze termijn van 90 dagen.

Wanneer de administratie oordeelt dat een aanvraag tot schrapping geweigerd dient te worden, is het steeds het college van burgemeester en schepenen dat hierover de eindbeslissing neemt. Weigeringen worden per beveiligde zending overgemaakt aan de aanvrager van de schrapping.

Deel III: Belasting

Artikel 8

Belasting op leegstaande woningen en gebouwen

§1 Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het leegstandsregister.

De definities van woningen, gebouwen, leegstaande woning, leegstaand gebouw en leegstandsregister zijn omschreven in artikel 2.

§2 De belasting voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het leegstandsregister.

Zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, blijft de belasting verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt, tenzij een vrijstelling overeenkomstig artikel 11 van dit reglement is toegekend.

Artikel 9

Belastingplichtige

§1. De belasting is verschuldigd door de zakelijk gerechtigde van het leegstaande gebouw of de leegstaande woning op de verjaardag van de opnamedatum.

§2. Indien er sprake is van een woning of gebouw in onverdeeldheid, wordt de belasting op naam van de onverdeeldheid gevestigd. Elke zakelijk gerechtigde is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.

§3. In geval van overdracht van het zakelijk recht stelt de instrumenterende ambtenaar de verkrijger van het zakelijk recht er voorafgaandelijk van in kennis dat het goed is opgenomen in het leegstandsregister.

De instrumenterende ambtenaar stelt de administratie binnen twee maanden na het verlijden van de authentieke overdrachtsakte in kennis van de overdracht, de datum ervan, en de identiteitsgegevens van de nieuwe zakelijk gerechtigde.

Bij gebrek aan kennisgeving wordt de overdrager van het zakelijk recht als belastingplichtige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.

Artikel 10

Tarief van de belasting

§1 Het basisbedrag van de belasting op de eerste verjaardag van de opname bedraagt:

  • € 500 voor een gebouw
  • € 500 voor een woning

Indien het gebouw of de woning een tweede opeenvolgende termijn van twaalf maanden op de inventaris staat bedraagt de belasting:

  • € 1.500 voor een gebouw
  • € 1.500 voor een woning

Indien het gebouw of de woning een derde opeenvolgende termijn van twaalf maanden op de inventaris staat bedraagt de belasting:

  • € 2.500 voor een gebouw
  • € 2.500 voor een woning

Indien het gebouw of de woning een vierde opeenvolgende termijn van twaalf maanden op de inventaris staat bedraagt de belasting:

  • € 3.500 voor een gebouw
  • € 3.500 voor een woning

Indien het gebouw of de woning een vijfde opeenvolgende termijn van twaalf maanden op de inventaris staat bedraagt de belasting:

  • € 4.500 voor een gebouw
  • € 4.500 voor een woning

Indien het gebouw of de woning een zesde opeenvolgende termijn van twaalf maanden op de inventaris staat bedraagt de belasting:

  • € 5.500 voor een gebouw
  • € 5.500 voor een woning

Indien het gebouw of de woning een zevende opeenvolgende termijn van twaalf maanden op de inventaris staat bedraagt de belasting:

  • € 6.500 voor een gebouw
  • € 6.500 voor een woning

Indien het gebouw of de woning een achtste opeenvolgende termijn van twaalf maanden op de inventaris staat bedraagt de belasting:

  • € 7.500 voor een gebouw
  • € 7.500 voor een woning

Indien het gebouw of de woning een negende en latere opeenvolgende termijn van twaalf maanden op de inventaris staat bedraagt de belasting:

  • € 8.500 voor een gebouw
  • € 8.500 voor een woning

§2 Bij volledige overdracht van het zakelijk recht betreffende het gebouw of de woning begint de nieuwe zakelijk gerechtigde met de betaling van het basisbedrag van de belasting. De datum van authentieke akte van overdracht geldt dan als begindatum van de eerste opeenvolgende termijn van twaalf maanden.

§3 Staat de woning of het gebouw eveneens en gelijktijdig vermeld in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen, dan dient de belastingplichtige ook de belasting op verwaarlozing te betalen.

Het belastingtarief is gekoppeld aan de index der consumptieprijzen en wordt jaarlijks geïndexeerd vanaf 1 januari 2027. Het aanvangsindexcijfer is het indexcijfer van december 2025. Het nieuwe indexcijfer is het indexcijfer van de maand december van het jaar dat de tariefaanpassing voorafgaat.

Artikel 11

Vrijstellingen

§1 De zakelijk gerechtigde kan een vrijstelling van belasting aanvragen via beveiligde zending bij de administratie. Indien hij van een bepaalde vrijstelling, als vermeld in §2, gebruik wenst te maken, moet hij zelf de nodige bewijsstukken voorleggen. Indien de nodige bewijsstukken ontbreken, zal de administratie deze ontbrekende stukken opvragen. De zakelijk gerechtigde moet deze stukken vervolgens binnen een termijn van 14 dagen aanleveren. Een vrijstelling van de belasting kan aangevraagd worden bij de administratie via het daartoe bestemde inlichtingenformulier overeenkomstig artikel 12. 

§2 Van de leegstandsheffing is vrijgesteld:

  1. de belastingplichtige waarvan de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing, voor een periode van maximum 24 maanden gerekend vanaf de datum van de handelingsonbekwaamheid. Een verlenging van deze vrijstelling kan worden aangevraagd bij het college van burgemeester en schepenen mits het voorleggen van een onderbouwd dossier; 
  2. de belastingplichtige die in een erkende zorginstelling of oudervoorziening verblijft, voor een periode van maximum 36 maanden, gerekend vanaf de datum van de inschrijving van de zakelijk gerechtigde in de erkende zorginstelling of de oudervoorziening. Een verlenging van deze vrijstelling kan worden aangevraagd bij het college van burgemeester en schepenen mits het voorleggen van een onderbouwd dossier; 
  3. de belastingplichtige die vóór de verjaardag bij onderhandse overeenkomst zijn zakelijk recht heeft overgedragen, voor zover de overeenkomst binnen een termijn van vier maanden na datum van de onderhandse overeenkomst resulteert in een notariële overeenkomst. Indien de overeenkomst een opschortende voorwaarde bevat, moet deze vervuld zijn;
  4. de belastingplichtige die sinds minder dan één jaar zakelijk gerechtigde is van het gebouw of de woning, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor de periode van 24 maanden volgend op het verkrijgen van het zakelijk recht.  Dit moet aangetoond worden door middel van een ondertekende notariële akte of een afschrift van de notariële akte met registratiebewijs of een attest van verkoop afgeleverd door de notaris.
    Deze vrijstelling geldt niet voor overdrachten aan:
    A. Vennootschappen waarin de vroegere houder van het zakelijk recht participeert, rechtstreeks of onrechtstreeks, voor meer dan 10 procent van het aandeelhouderschap;
    B. Bloed- en aanverwanten tot en met de derde graad, tenzij ingeval van overdracht bij erfopvolging of testament;
  5. de woning die of het gebouw dat gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan en waarin de woning of het gebouw is aangeduid als te onteigenen goed. De woning kan geen voorwerp meer uitmaken van een omgevingsvergunning omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld;
  6. de woning die of het gebouw dat beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van 36 maanden volgend op de datum van de vernieling of beschadiging. Een verlenging van deze vrijstelling kan worden aangevraagd bij het college van burgemeester en schepenen mits het voorleggen van een onderbouwd dossier; 
  7. de woning die of het gebouw dat onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt vanaf het begin van de onmogelijkheid tot daadwerkelijk gebruik tot 1 jaar na het einde van de onmogelijkheid;
  8. de woning die of het gebouw dat gerenoveerd wordt blijkens een niet-vervallen omgevingsvergunning voor stabiliteitswerken of sloopwerkzaamheden, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een termijn van 60 maanden én met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor de eerste afgeleverde vergunning voor het perceel waarop het gebouw of de woning staat en voor zover de werken worden aangevat uiterlijk binnen de 2 jaar na het verkrijgen van de vergunning en de werken voltooid zijn binnen een termijn van 3 jaar na aanvang van de werken. Indien de werken niet tijdig gestart zijn en niet tijdig voltooid zijn, is de belasting verschuldigd met terugwerkende kracht;
  9. de woning die of het gebouw dat gerenoveerd wordt zonder omgevingsvergunning, mits de betrokkene de renovatie aantoont door middel van een onderbouwd dossier. De vrijstelling moet jaarlijks opnieuw worden aangevraagd met minstens 10 foto’s en recente (nieuwe) facturen en is verlengbaar tot maximum 36 maanden;
  10. de woning of het gebouw waarvoor een aanvraag omgevingsvergunning is ingediend via het digitale omgevingsloket, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts eenmalig kan worden aangevraagd en geldt voor een periode van 12 maanden;
  11. de woning die of het gebouw dat eigendom is van of verhuurd wordt door: een erkende woonmaatschappij, het OCMW, de gemeente of het Vlaamse gewest, en op voorwaarde dat de woning en/of het gebouw gerenoveerd of verbouwd wordt binnen een ruimer renovatieproject van groepswoningen en waarvoor een gedetailleerde renovatieplanning werd ingediend bij het lokaal woonoverleg. Indien het lokaal woonoverleg akkoord gaat met de renovatieplanning, geldt deze vrijstelling voor een termijn van twee jaar, volgend op het moment dat de planning volledig is ingediend. De vrijstelling kan verlengd worden voor zover aan het lokaal woonoverleg kan worden aangetoond dat de plannen voortgang maken en het lokaal woonoverleg akkoord gaat met deze voortgang;
  12. de woning of het gebouw waarbij de leegstand het gevolg is van overmacht, d.w.z. te wijten is aan redenen buiten de wil van de zakelijk gerechtigde van wie redelijkerwijze niet kan verwacht worden dat hij een einde stelt aan de leegstand.  De vrijstelling wegens overmacht wordt door de administratie steeds voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen.  Het college beslist over de toekenning van deze vrijstelling;
  13. de woning die of het gebouw dat verhuurd of ter beschikking gesteld wordt als café, kantoor of aan (seizoens)arbeiders. Dit moet aangetoond worden door middel van een onderbouwd dossier. Met dien verstande dat de vrijstelling geldt tot de duur van de huurovereenkomst of de terbeschikkingstelling. Een gebouw dat of woning die verhuurd of ter beschikking gesteld wordt met als doel in gebruik te nemen als woonst (hoofdverblijfplaats), archief, opslag, stockage, .... komt niet in aanmerking voor vrijstelling;
  14. de woning die of het gebouw dat, krachtens decreet, beschermd is als monument, stads- of dorpsgezicht, of opgenomen is op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als monument, stads- of dorpsgezicht en waarvoor een restauratiepremie-dossier bij de bevoegde overheid is ingediend en ontvankelijk verklaard;
  15. een woning zonder aparte ingang, waarbij het woongedeelte enkel toegankelijk is via een winkel, kantoor of horecazaak, met dien verstande dat deze vrijstelling geldt zolang de winkel, het kantoor of de horecazaak wordt uitgebaat.

§3 De vrijstellingen 1 t.e.m. 15 vervallen vanaf het ogenblik dat de aanwezigheid van reclame aan of voor de woning of het gebouw wordt vastgesteld. Dit met uitzondering van reclame die wordt aangebracht mits uitdrukkelijke toestemming van Gemeente Beveren-Kruibeke-Zwijndrecht, met het oog op het activeren van het leegstaande pand.

§4 Vrijstellingsaanvragen die door de administratie niet kunnen worden aanvaard, omdat ze niet (volledig) voldoen aan de voorwaarden gestipuleerd in §2 punten 1 tot en met 15 worden steeds voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen.  Het college neemt de eindbeslissing en kan ten allen tijde afwijkingen toestaan.

Artikel 12

Meldingsplicht: Inlichtingenformulier

§1. De belastingplichtigen ontvangen jaarlijks een inlichtingenformulier. Dit formulier moet volledig ingevuld en ondertekend door de belastingplichtige, aangevuld met alle relevante bewijsstukken, teruggestuurd worden binnen een termijn van 30 kalenderdagen te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het inlichtingenformulier.

Het inlichtingenformulier kan via één van de volgende kanalen worden ingediend:

  • e-mail: woonloket@gemeentebkz.be;
  • post: Gemeentebestuur Beveren-Kruibeke-Zwijndrecht, t.a.v. dienst Ruimtelijke Ordening & Wonen, team Wonen, Gravenplein 8, 9120 Beveren.

§2. Dient de eigenaar geen inlichtingenformulier in, dan wordt de belasting berekend conform de gegevens waarover de administratie beschikt.

Artikel 13

Wijze van inning

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen. 

Artikel 14

Betalingstermijn

De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

Artikel 15

Bezwaarprocedure

De vestiging en de invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen een aanslag, een belastingverhoging of een administratieve geldboete bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen op straffe van verval binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde kalenderdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of de datum van de inning van de contantbelasting. Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend zijn en gemotiveerd zijn.

Artikel 16

Inwerkingtreding

In afwijking van artikel 288, 1e lid van het Decreet Lokaal Bestuur, treedt dit reglement in werking op 1 januari 2026. 

Artikel 17

Het gemeenteraadsbesluit Beveren van 31 mei 2022 betreffende leegstandsreglement en belastingreglement op leegstaande gebouwen en woningen wordt met ingang vanaf aanslagjaar 2026 opgeheven. 

Het gemeenteraadsbesluit Kruibeke van 26 december 2019 betreffende gemeenteverordening, inclusief belasting, op leegstand van gebouwen en/of woningen wordt met ingang vanaf aanslagjaar 2026 opgeheven.

Het gemeenteraadsbesluit Zwijndrecht van 30 november 2017 betreffende reglement registratie leegstaande woningen en gebouwen wordt met ingang van 1 januari 2026 opgeven.

Het gemeenteraadsbesluit van 26 november 2020 Zwijndrecht betreffende belastingreglement leegstaande woningen en gebouwen wordt met ingang vanaf aanslagjaar 2026 opgeheven.

Artikel 18

Overgangsregeling

Het aantal termijnen dat een woning of een gebouw reeds op het leegstandsregister staat, wordt behouden bij ingang van dit nieuwe reglement. De termijn die in acht genomen wordt voor de heffing, wordt berekend vanaf de eerste opname op het leegstandsregister of vanaf de datum van authentieke akte van overdracht.

Vrijstellingen die toegekend zijn op basis van een te vervangen reglement overeenkomstig artikel 17 blijven geldig voor de duurtijd die in dat reglement is voorzien.

Artikel 19

Bevoegdheden

De gemeenteraad belast de bevoegde administratie en het college van burgemeester en schepenen met de uitvoering van dit besluit.

Artikel 20

Bekendmaking

Dit reglement wordt bekendgemaakt conform de bepalingen van artikelen 286, §1, 1° en 287 van het Decreet Lokaal bestuur.

Artikel 21

Toezicht

Conform artikel 330 van het Decreet Lokaal Bestuur, brengt de gemeente de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking van dit reglement.