Heel wat parkeerdruk voor de parkeerplaatsen op het openbaar domein wordt veroorzaakt door bouwheren die niet voorzien in de realisatie van het vereiste aantal parkeerplaatsen. De gemeente dient hierdoor te voorzien in de realisatie van (bijkomende) parkeerplaatsen op het openbaar domein door het gebrek aan het vereiste aantal parkeerplaatsen. De kosten voor het aanleggen van parkeerplaatsen lopen hierbij hoog op.
Deze belasting is een doelbelasting, zodat de bouwheren de vereiste parkeerplaatsen toch zullen realiseren.
Het is mogelijk om parkeerplaatsen voor deelauto's aan te vragen. Eén parkeerplaats voor deelauto's dient ter vervanging van 3 vereiste parkeerplaatsen. Deze autodeelplaatsen moeten op het bouwplan worden aangeduid en fysiek ter plaatse moet belettering worden aangebracht. Bij het effectief gebruik van een deelsysteem zal een belastingteruggave voorzien worden. Met andere woorden wordt de afkoopsom eerst betaald en wordt bij realisatie van het deelsysteem dit terugbetaald voor het aantal aanwezige autodeelplaatsen.
De financiële toestand van de gemeente vereist de invoering van alle rendabele belastingen.
In het kader van de belasting op het ontbreken van parkeerplaatsen bij omgevingsvergunningen worden enkele persoonsgegevens verwerkt, waaronder naam, voornaam, rijksregisternummer, adres, telefoonnummer, e-mailadres van de aanvrager, …. Deze gegevens worden uitsluitend gebruikt voor de verwerking van de aanvragen en worden verwerkt conform de geldende privacywetgeving (GDPR).
De Grondwet, meer bepaald artikelen 41, 162 en 170, §4;
Het Wetboek van de inkomstenbelastingen van 10 april 1992 en het Invorderingswetboek van 13 april 2019;
Het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;
Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40 § 3 en artikel 41, 14°, inzake de bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingreglementen te wijzigen, vast te stellen en goed te keuren;
Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikelen 286, 287, 288, inzake de bekendmaking en de inwerkingtreding van het belastingreglement;
Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 330, inzake het bestuurlijk toezicht op de besluiten van de Gemeenteraad betreffende de belastingreglementen;
De Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 aangaande het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
Het gemeenteraadsbesluit Beveren van 30 april 2019 – Belastingreglement op het ontbreken van parkeerplaatsen bij omgevingsvergunningen;
Het gemeenteraadsbesluit Kruibeke van 27 maart 2023 – Belasting op ontbrekende parkeerplaatsen bij omgevingsvergunning;
Het gemeenteraadsbesluit Zwijndrecht van 30 november 2023 – Stedenbouwkundige verordening: stedenbouwkundige last – overeenkomst tot betaling van een compensatoire vergoeding voor ontbrekende parkeerplaatsen bij omgevingsvergunning of regularisatie van woongebouwen.
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een belasting geheven op het ontbreken van parkeerplaatsen bij omgevingsvergunningen.
Bepaling aantal vereiste parkeerplaatsen
Het aantal vereiste parkeerplaatsen wordt vastgesteld overeenkomstig de regels bepaald in de algemene stedenbouwkundige verordening ‘Bouwcode’ van de gemeente die van kracht is op het ogenblik van de afgifte van de omgevingsvergunning.
Overgangsbepaling
§1 Tot aan de datum van inwerkingtreding van de algemene stedenbouwkundige verordening ‘Bouwcode’ bedoeld in artikel 2, wordt het aantal vereiste parkeerplaatsen vastgesteld overeenkomstig de hierna volgende tijdelijke parkeernorm.Indien er na de berekening van de normen voor parkeerplaatsen decimale getallen worden bekomen, wordt er afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele getal.
§2 Eengezinswoningen
§3 Meergezinswoningen
§4 Wooneenheden voor doelgroepen
Bepaling aantal ontbrekende parkeerplaatsen
Het definitief aantal ontbrekende parkeerplaatsen wordt vastgesteld door het gemeentebestuur. Een speciaal daartoe opgesteld proces-verbaal van vaststelling wordt aan de belastingplichtige overgemaakt.
Aanduiding belastingplichtigen
De belasting is verschuldigd door de titularis van de afgeleverde omgevingsvergunning die op grond van de vergunning een afwijking heeft bekomen van het aantal vereiste parkeerplaatsen.
De titularis van de omgevingsvergunning blijft steeds het volledig bedrag van de belasting verschuldigd, dit zelfs bij eventuele gehele of gedeeltelijke verkoop.
De belasting is verschuldigd na het aflopen van de termijn van de bekendmaking van de beslissing bij een goedgekeurde omgevingsvergunning waarbij een afwijking bekomen wordt op het vereiste aantal parkeerplaatsen. Indien een schorsend administratief beroep wordt opgestart is de belasting verschuldigd na de vergunningsprocedure in laatste administratieve aanleg.
Berekeningswijze + indexeringsmechanisme
§1 Het bedrag per ontbrekende parkeerplaats (voor maximaal 1/3 van het vereiste aantal parkeerplaatsen) wordt vastgesteld op 15.000,00 EUR. Voor de overige (2/3) van het vereiste aantal parkeerplaatsen wordt de belasting vastgesteld op 25.000,00 EUR per parkeerplaats.
Bij de vaststelling van het totaal aantal ontbrekende plaatsen en de totale kost zal geen rekening gehouden worden met de parkeerplaatsen die voorzien worden voor deelauto's, dit wordt opgevangen binnen het systeem van een belastingteruggave (overeenkomstig artikel 8).
§2 Het belastingtarief is gekoppeld aan de index der consumptieprijzen en wordt jaarlijks geïndexeerd vanaf 1 januari 2027. Het aanvangsindexcijfer is het indexcijfer van december 2025. Het nieuwe indexcijfer is het indexcijfer van de maand december van het jaar dat de tariefaanpassing voorafgaat.
Belastingteruggave bij realisatie autodeelsysteem
Het is mogelijk om parkeerplaatsen voor deelauto's aan te vragen. Eén parkeerplaats voor deelauto's dient ter vervanging van 3 vereiste parkeerplaatsen. Afhankelijk van het aantal vereiste parkeerplaatsen wordt een plafond opgelegd voor het maximaal aantal deelauto's. Voor een omgevingsaanvraag mag per 12 vereiste parkeerplaatsen maximaal 1 deelauto meetellen ter vervanging van de vereiste parkeerplaatsen.
De autodeelplaatsen moeten op het plan aangeduid worden en moeten fysiek ter plaatse (op de grond) aangeduid worden met de belettering “DEELAUTO”. Het gebruik van de deeIauto(’s) wordt als voorwaarde gekoppeld aan de omgevingsvergunning.
Bij het effectief realiseren van een autodeelsysteem zal een belastingteruggave voorzien worden. Deze teruggave zal plaatsvinden over een periode van 4 jaar (schijven van 25%), dit overeenstemmend met het bedrag van de uitgespaarde parkeerplaats(en). De terugbetaling van de eerste schijf kan aangevraagd worden op het moment dat de belastingplichtige of zijn rechtsopvolger aan de gemeente een aankoopbewijs van de deelauto bezorgt, samen met:
De drie daaropvolgende schijven dienen door de aanvrager schriftelijk aangevraagd te worden, dit met telkens een wachttermijn van 12 maanden (te rekenen vanaf de terugbetaling van de eerste schijf. De aanvrager dient dezelfde documenten toe te sturen als bij de eerste fase, dit echter met vernieuwde foto's. De bevoegde ambtenaar zal ter aanleiding van deze aanvraag een controle ter plaatse uitvoeren.
De deelauto alsook de parkeerplaats zal toebehoren aan de vereniging van mede-eigenaars, dit moet opgenomen worden in de basisakte. Hierover worden de nodige bepalingen en afspraken opgenomen in de voormelde statuten. Indien er geen vereniging van mede-eigenaars werd opgericht, geldt het voorgaande eveneens; alleen zal het gebruiksreglement moeten ondertekend worden door minstens drie/vierde van de bewoners van het betreffende project. Het gebruik van deelauto's kan enkel wegvallen indien de ontbrekende plaatsen opnieuw aangerekend worden conform artikel 8 van dit reglement.
Wijze van innen
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Betaaltermijn
De belasting is betaalbaar binnen de twee maanden na het verzenden van het aanslagbiljet.
Administratieve geldboete
Het gemeentebestuur is te allen tijde gerechtigd waar ook op het gemeentelijk grondgebied controle uit te oefenen met het oog op de correcte toepassing van deze reglementering.
Een administratieve geldboete van 500,00 EUR wordt opgelegd in het geval van:
Het bedrag van de administratieve geldboete wordt gelijktijdig en samen met de belasting ingekohierd en ingevorderd.
De administratieve geldboete moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Bezwaarprocedure
De vestiging en de invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen een aanslag, een belastingverhoging of een administratieve geldboete bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen op straffe van verval binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde kalenderdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of de datum van de inning van de inning van de contantbelasting.
Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend zijn en gemotiveerd zijn.
§1 Het belastingreglement op het ontbreken van parkeerplaatsen bij omgevingsvergunningen van 30 april 2019 van gemeente Beveren wordt opgeheven met ingang vanaf aanslagjaar 2026.
§2 Het belastingreglement op ontbrekende parkeerplaatsen bij omgevingsvergunning van 27 maart 2023 van gemeente Kruibeke wordt opgeheven met ingang vanaf aanslagjaar 2026.
Dit reglement wordt bekendgemaakt conform de bepalingen van artikelen 286, §1, 1° en 287 van het Decreet Lokaal bestuur.
Conform artikel 330 van het Decreet Lokaal Bestuur, brengt de gemeente de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking van dit reglement.
In afwijking van artikel 288, 1e lid van het Decreet Lokaal Bestuur, treedt dit reglement in werking op 1 januari 2026.