Terug
Gepubliceerd op 27/11/2025

2025_GR_00506 - Reglement registratie en belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen - Vaststelling

Gemeenteraad
di 18/11/2025 - 19:30 Raadzaal
Goedgekeurd
Dit besluit handelt over een Belastingreglement, type Kohierbelasting. Dit reglement treedt in werking op 01/01/2026 en eindigt op 31/12/2031
  • Relevante MAR code: 7375 - Krotten/ verwaarloosde/ongeschikte woningen en gebouwen
  • Bijkomende aanslagvoet: Nee

Samenstelling

Aanwezig

Marc Van de Vijver, burgemeester; Katrien Claus, schepen; Boudewijn Vlegels, schepen; Inge Brocken, schepen; Lien Van Dooren, schepen; Laura Staut, schepen; Jeroen Verhulst, schepen; Kris Smet, schepen; Anke Heyrman, schepen; Danny Van Hove, schepen; Dimitri Van Laere, schepen; Antoine Denert, raadslid; Denise Melis-De Lamper, raadslid; Filip Vercauteren, raadslid; Jos Stassen, raadslid; Marleen Van Hauteghem, raadslid; Ingeborg De Meulemeester, raadslid; Ronny Hiel, raadslid; Jan Van de Perre, raadslid; Bert Verbraeken, raadslid; Tom Roskam, raadslid; Stijn De Munck, raadslid; Hilde Maes, raadslid; Nadia Othman, raadslid; Veerle Beernaert, raadslid; Els Eeckhaoudt, raadslid; Steven Vervaet, raadslid; Koen Maes, raadslid; Katleen De Schepper, raadslid; Walter Van de Vyver, raadslid; Koen Maris, raadslid; Berlinda De Cleen, raadslid; Bram Massar, raadslid; Leentje Van Laere, raadslid; Jamie Kerremans, raadslid; Dries Van Wouwe, raadslid; Pieter-Jan Certyn, raadslid; Bert Roosens, raadslid; Ayoubi Benali, raadslid; Ziggy De Koster, raadslid; Tijs Van Vynckt, algemeen directeur; Victor Catry, voorzitter Gemeenteraad - raadslid

Verontschuldigd

Tina Van Havere, raadslid; Rudi Hendrikx, raadslid

Secretaris

Tijs Van Vynckt, algemeen directeur

Voorzitter

Victor Catry, voorzitter Gemeenteraad - raadslid

Stemming op het agendapunt

2025_GR_00506 - Reglement registratie en belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen - Vaststelling

Aanwezig

Marc Van de Vijver, Katrien Claus, Boudewijn Vlegels, Inge Brocken, Lien Van Dooren, Laura Staut, Jeroen Verhulst, Kris Smet, Anke Heyrman, Danny Van Hove, Dimitri Van Laere, Antoine Denert, Denise Melis-De Lamper, Filip Vercauteren, Jos Stassen, Marleen Van Hauteghem, Ingeborg De Meulemeester, Ronny Hiel, Jan Van de Perre, Bert Verbraeken, Tom Roskam, Stijn De Munck, Hilde Maes, Nadia Othman, Veerle Beernaert, Els Eeckhaoudt, Steven Vervaet, Koen Maes, Katleen De Schepper, Walter Van de Vyver, Koen Maris, Berlinda De Cleen, Bram Massar, Leentje Van Laere, Jamie Kerremans, Dries Van Wouwe, Pieter-Jan Certyn, Bert Roosens, Ayoubi Benali, Ziggy De Koster, Tijs Van Vynckt, Victor Catry
Stemmen voor 41
Marc Van de Vijver, Katrien Claus, Boudewijn Vlegels, Inge Brocken, Stijn De Munck, Lien Van Dooren, Laura Staut, Koen Maes, Jeroen Verhulst, Bram Massar, Leentje Van Laere, Dries Van Wouwe, Hilde Maes, Walter Van de Vyver, Kris Smet, Anke Heyrman, Koen Maris, Filip Vercauteren, Bert Roosens, Dimitri Van Laere, Danny Van Hove, Antoine Denert, Ronny Hiel, Els Eeckhaoudt, Marleen Van Hauteghem, Jan Van de Perre, Bert Verbraeken, Tom Roskam, Berlinda De Cleen, Jos Stassen, Veerle Beernaert, Denise Melis-De Lamper, Nadia Othman, Ayoubi Benali, Pieter-Jan Certyn, Steven Vervaet, Jamie Kerremans, Ziggy De Koster, Katleen De Schepper, Ingeborg De Meulemeester, Victor Catry
Stemmen tegen 0
Onthoudingen 0
Blanco stemmen 0
Ongeldige stemmen 0
2025_GR_00506 - Reglement registratie en belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen - Vaststelling 2025_GR_00506 - Reglement registratie en belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen - Vaststelling

Motivering

Inhoudelijke toelichting

De Vlaamse Codex Wonen van 2021 stelt de gemeente aan als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid.

Verwaarlozing van woningen en gebouwen op het grondgebied van de gemeente moet voorkomen en bestreden worden om de verloedering van de leef- en woonomgeving tegen te gaan.

Het is wenselijk dat het op het grondgebied van de gemeente beschikbare patrimonium voor wonen optimaal wordt benut.

Het is aangewezen om een geïntegreerd beleid te voeren ter bestrijding van leegstand en verwaarlozing van woningen en gebouwen.

De financiële toestand van de gemeente vereist de invoering van alle rendabele belastingen.

Volgende reglementen dienen naar aanleiding van de fusie te worden aangepast naar één gezamenlijk reglement:

  • Het gemeenteraadsbesluit Beveren van 17 december 2019 - Verwaarlozingsreglement en gemeentebelasting op verwaarloosde woningen en gebouwen.
  • Het gemeenteraadsbesluit Kruibeke van 26 december 2019 - Gemeenteverordening, inclusief belasting, op verwaarlozing van gebouwen, woningen, appartementen en/of kamers
  • Het gemeenteraadsbesluit Zwijndrecht van 30 november 2017 – Reglement verwaarloosde woningen en gebouwen
  • Het gemeenteraadsbesluit Zwijndrecht van 26 november 2020 – Belastingreglement verwaarloosde woningen en gebouwen

Juridische grond

De Grondwet, meer bepaald artikelen 41, 162 en 170, § 4;

Het Wetboek van de inkomstenbelastingen van 10 april 1992 en het Invorderingswetboek van 13 april 2019;

Het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;

Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 40 § 3 en artikel 41, 14°, inzake de bevoegdheid van de gemeenteraad om belastingreglementen te wijzigen, vast te stellen en goed te keuren;

Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikelen 286, 287, 288, inzake de bekendmaking en de inwerkingtreding van het belastingreglement;

Het Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 330, inzake het bestuurlijk toezicht op de besluiten van de Gemeenteraad betreffende de belastingreglementen;

De Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 aangaande het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;

De Vlaamse Codex Wonen van 2021;

Het gemeenteraadsbesluit Zwijndrecht van 30 november 2017 – Reglement verwaarloosde woningen en gebouwen;

Het gemeenteraadsbesluit Beveren van 17 december 2019 - Verwaarlozingsreglement en gemeentebelasting op verwaarloosde woningen en gebouwen;

Het gemeenteraadsbesluit Kruibeke van 26 december 2019 - Gemeenteverordening, inclusief belasting, op verwaarlozing van gebouwen, woningen, appartementen en/of kamers;

Het gemeenteraadsbesluit Zwijndrecht van 26 november 2020 – Belastingreglement verwaarloosde woningen en gebouwen.

Regelgeving bevoegdheid

Artikel 40 §3 van het decreet lokaal bestuur
Artikel 40 §3 van het decreet lokaal bestuur: De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen vast. Met behoud van de toepassing van de federale wetgeving in verband met de bevoegdheid van de gemeenteraad om politieverordeningen vast te stellen, kunnen de reglementen onder meer betrekking hebben op het gemeentelijk beleid, de gemeentelijke belastingen en retributies, en op het inwendige bestuur van de gemeente.

Besluit

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

Belastbaar voorwerp

Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een belasting geheven op verwaarloosde woningen en gebouwen.

Artikel 2

Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit reglement wordt begrepen onder:

Administratie: De gemeentelijke administratieve eenheid die door het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen;

Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:

a) een aangetekend schrijven;

b) een afgifte tegen ontvangstbewijs.

Bezwaarinstantie: het college van Burgemeester en Schepenen

Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat (met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2,1°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten), zoals vermeld in artikel 1.3, §1, 14° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021. Landbouwbedrijfsgebouwen vallen niet onder toepassing van dit regelement.

Gewestelijke inventarislijst van verwaarloosde gebouwen en/of woningen: de inventarislijst, tot 31 december 2016 vermeld in artikel 28, §1, eerste lid, 1° van het Heffingsdecreet;

6° Gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen: de inventaris, sinds 1 januari 2017 vermeld in artikel 26 van het Heffingsdecreet;

Gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen: het register vermeld in artikel 4, §1 van dit reglement;

Heffingsdecreet: het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996;

Ramp: een gebeurtenis die zich voordoet onafhankelijk van de wil van de zakelijk gerechtigde en waardoor de schade dermate is, dat het gebruik onmogelijk is (brand, overstroming, aardbeving, hevige storm, …, dit is geen limitatieve opsomming);

10° Registerbeheerder: de gemeentelijke administratieve eenheid die door het gemeentebestuur wordt belast met de opmaak, het beheer en de actualisering van het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen;

11° Registratiedatum: de datum waarop een woning of een gebouw met toepassing van artikel 5 van dit reglement in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen is opgenomen;

12° Verjaardag: het ogenblik waarop een nieuwe periode van twaalf maanden verstreken is sinds de registratiedatum, zolang de woning of het gebouw niet uit het verwaarlozingsregister is geschrapt;

13° Woning: een goed, vermeld in artikel 1.3, §1, 66°, van de Vlaamse Codex Wonen (elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande);

14° Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:

a) de volle eigendom;

b) het recht van opstal of van erfpacht;

c) het vruchtgebruik.


Hoofdstuk 2. Registratie van verwaarloosde woningen en gebouwen

Artikel 3

Definitie en vaststelling van de verwaarlozing

§1. Een gebouw of een woning wordt beschouwd als verwaarloosd, wanneer het gebouw of de woning ernstige zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval vertoont aan buitenmuren, voegwerk, schoorstenen, dakbedekking, dakgebinte, buitenschrijnwerk, kroonlijst of dakgoten.

Als ernstige zichtbare en storende gebreken en tekenen van verval worden beschouwd de gebreken die verder verval op korte termijn in de hand werken. Dit geldt in het bijzonder wanneer bij hoofd- en/of bijgebouw(en):

  1. de water- of winddichtheid is aangetast en/of;
  2. de stabiliteit is aangetast en/of;
  3. onderdelen die losgekomen zijn of dreigen los te komen en/of;
  4. voorgaande gebreken met voorlopige of ontoereikende maatregelen werden verholpen.

§2. De door het college van burgemeester en schepenen met de opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden, stellen de verwaarlozing van een woning of een gebouw vast in een genummerde administratieve akte, aan de hand van het model van technisch verslag dat als bijlage is toegevoegd aan dit reglement. Daarbij geldt een gebrek van categorie I voor één punt, van categorie II voor drie punten en van categorie III voor negen punten. Er is sprake van verwaarlozing als de indicaties in dit verslag een eindscore opleveren van minimaal 15 punten. Aan het verslag wordt minstens één foto van de woning of het gebouw toegevoegd.

§3. De door het college van burgemeester en schepenen met de opsporing van verwaarlozing belaste personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

§4. De verwaarlozing van een woning of gebouw kan vastgesteld worden vanop privédomein, mits de eigenaar van het privédomein hiervoor de schriftelijke toestemming geeft aan de ambtenaar bevoegd voor de vaststelling van verwaarloosde woningen en gebouwen.

§5. De personeelsleden leggen de vaststellingen voor aan het college van burgemeester en schepenen. Het college van burgemeester en schepenen beslist over de opname in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

Artikel 4

Gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen

§1. De gemeente houdt een gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen bij.

In dit register worden minimaal de volgende gegevens opgenomen:

  1. het adres van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw;
  2. de kadastrale gegevens van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw;
  3. de identiteit en het adres van alle zakelijk gerechtigden;
  4. het nummer en de datum van de administratieve akte;
  5. de toestand van verwaarlozing van de woning of het gebouw, inclusief het technisch verslag;
  6. de eventuele ligging binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan;
  7. de eventuele voorbereiding van een onteigeningsplan waarbinnen het verwaarloosd gebouw zich situeert.

Het gemeentelijk register voor verwaarloosde woningen en gebouwen zal dienen als basis voor de opmaak van het belastingbiljet. Deze gegevens worden uitsluitend gebruikt voor de uitvoering van dit belastingreglement en worden verwerkt in overeenstemming met de geldende privacywetgeving (GDPR).

Artikel 5

Registratie van verwaarloosde woningen en gebouwen 

§1. Een verwaarloosde woning of een verwaarloosd gebouw, wordt opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen, aan de hand van een genummerde administratieve akte, waarbij één of meerdere foto’s en een technisch verslag, met vermelding van de indicaties die de verwaarlozing staven, gevoegd worden. De datum van de administratieve akte geldt als de datum van de vaststelling van de verwaarlozing en geldt als opnamedatum.

§2. Een woning die of een gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen of woningen, kan eveneens worden opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

§3. Een woning die opgenomen is in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen, kan eveneens worden opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

Artikel 6

Kennisgeving van de registratie

Alle zakelijk gerechtigden, zoals bekend bij de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen, worden met een beveiligde zending in kennis gesteld van de opname van de woning of het gebouw in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

Deze kennisgeving bevat:

  1. de genummerde administratieve akte;
  2. het technisch verslag;
  3. informatie over de gevolgen van de registratie, inclusief verwijzing naar dit reglement;
  4. informatie over de bezwaarprocedure tegen de opname in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen;
  5. informatie over de mogelijkheid tot schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de zakelijk gerechtigde(n). Is een woonplaats van een zakelijk gerechtigde niet gekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan zijn verblijfplaats. Is de verblijfplaats van een zakelijk gerechtigde niet gekend, dan vindt de betekening plaats aan het adres van de woning of het gebouw waarop de administratieve akte betrekking heeft.

Artikel 7

Bezwaar tegen de registratie

§1. Tegen de registratie van een woning of een gebouw in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen, vermeld in artikel 5, kan de zakelijk gerechtigde bezwaar indienen bij de bezwaarinstantie binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat de dag na de betekening van de beveiligde zending vermeld in artikel 6.

Op straffe van nietigheid moet het bezwaarschrift:

1° ondertekend en gemotiveerd zijn;

2° met een beveiligde zending worden ingediend;

3° minimaal de volgende gegevens bevatten:

  1. de identiteit en het adres van de indiener;
  2. de vermelding van het nummer van de administratieve akte;
  3. de vermelding van het adres van de woning of het gebouw waarop het bezwaarschrift betrekking heeft;
  4. de bewijsstukken die aantonen dat de opname van de woning of het gebouw in het verwaarlozingsregister ten onrechte is gebeurd. De registratie kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed.

§2. Een laattijdig ingediend bezwaar tegen de registratie wordt behandeld als een verzoek tot schrapping als vermeld in artikel 8.  Bij betekening per aangetekend schrijven geldt de datum van verzending als datum van de indiening van het bezwaarschrift.

§3. De administratie stuurt aan de indiener van een bezwaarschrift een ontvangstbevestiging.

§4. Het bezwaarschrift is onontvankelijk als het niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in §1.

§5. Als het bezwaarschrift onontvankelijk is, deelt de administratie dit onverwijld mee aan de indiener. Het indienen van een aangepast of nieuw bezwaar is mogelijk zolang de bezwaartermijn van §1 niet verstreken is.

§6. Als het bezwaarschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.

§7. De bezwaarinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke bezwaarschriften. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden.

§8. De bezwaarinstantie doet uitspraak over het bezwaar en betekent zijn beslissing met een beveiligde zending aan de indiener ervan, binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de betekening van het bezwaarschrift.

§9. Wordt het bezwaar ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw niet opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

§10. Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen over het bezwaar tegen de registratie kan binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van die beslissing een hoger beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg. Indien het college geen uitspraak doet over het bezwaar, of zijn uitspraak niet betekent binnen de termijn vermeld in §8, is een beroep bij de rechtbank van eerste aanleg mogelijk ten vroegste zes maanden na de datum van ontvangst van het bezwaar bij de gemeente. Artikelen 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing.

Artikel 8

Schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen 

§1. De registerbeheerder schrapt een woning of een gebouw uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen wanneer de zakelijk gerechtigde bewijst dat de woning of het gebouw geen indicaties van verwaarlozing meer vertoont die bij quotering in het model van technisch verslag, vermeld in artikel 3, 15 punten of meer zouden opleveren. In geval van sloop moet alle puin geruimd zijn.

De zakelijk gerechtigde richt hiertoe een schriftelijk verzoek aan de registerbeheerder.  Op straffe van nietigheid moet dit verzoek:

  1. ondertekend en gemotiveerd zijn;
  2. met een beveiligde zending worden ingediend;
  3. minimaal de volgende gegevens bevatten:
    a) de identiteit en het adres van de indiener;
    b) de vermelding van het adres van de woning of het gebouw waarop het verzoek betrekking heeft.
    c) de bewijsstukken overeenkomstig §1 die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit het verwaarlozingsregister.

Bij betekening per aangetekend schrijven geldt de datum van verzending als datum van de indiening van het verzoek tot schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

§2. De beëindiging van de staat van verwaarlozing kan aangetoond worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed.

§3 Als het verzoek tot schrapping ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.

§4. De registerbeheerder onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke verzoeken tot schrapping. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden.

§5. De registerbeheerder doet uitspraak over het verzoek tot schrapping en betekent zijn beslissing met een beveiligde zending aan de indiener ervan, binnen een termijn van negentig dagen die ingaat de dag na de betekening van verzoek. Wanneer de registerbeheerder oordeelt dat een aanvraag tot schrapping geweigerd dient te worden, is het steeds het college van burgemeester en schepenen dat hierover de eindbeslissing neemt. Weigeringen worden per beveiligde zending overgemaakt aan de aanvrager van de schrapping.

Als de kennisgeving vermeld in het eerste lid niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt het verzoek tot schrapping geacht te zijn ingewilligd.

§6. Wordt het verzoek ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen. De datum van betekening van het verzoek tot schrapping geldt als datum van schrapping uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

Artikel 9

Bezwaar tegen weigering tot schrapping

§1. Tegen de beslissing tot weigering van de schrapping van een woning of gebouw uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen kan de zakelijk gerechtigde bezwaar aantekenen bij de bezwaarinstantie.

Op straffe van nietigheid moet dit bezwaar:

  1. ondertekend en gemotiveerd zijn;
  2. met een beveiligde zending worden ingediend;
  3. minimaal de volgende gegevens bevatten:
    a) de identiteit en het adres van de indiener;
    b) de vermelding van het adres van de woning of het gebouw waarop het verzoek betrekking heeft;
    c) de weigeringsbeslissing;
  4. worden betekend binnen een termijn van 30 dagen die ingaat de dag na de betekening van de weigeringsbeslissing.

§2. De beëindiging van de staat van verwaarlozing kan aangetoond worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed;

§3 Als het bezwaarschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.

§4. De bezwaarinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke bezwaren. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden.

§5. De bezwaarinstantie doet uitspraak over het bezwaar en betekent zijn beslissing met een beveiligde zending aan de indiener ervan, binnen een termijn van negentig dagen die ingaat de dag na de betekening van bezwaarschrift.

Als de betekening van de beslissing niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt het bezwaar geacht te zijn ingewilligd.

§6. Wordt het bezwaar ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.


Hoofdstuk 3. Belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen

Artikel 10

Belastingstermijn en belastbare grondslag 

§1. Er wordt voor de jaren 2026 tot en met 2031 een gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die opgenomen zijn in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

§2. De belasting voor een verwaarloosde woning of een verwaarloosd gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen.

Zolang de woning of het gebouw niet is geschrapt uit dit register, blijft de belasting verschuldigd bij het verstrijken van elke opeenvolgende periode van twaalf maanden, tenzij een vrijstelling overeenkomstig artikel 13 van dit reglement is toegekend.

Artikel 11

Belastingplichtige 

§1. De belasting is verschuldigd door de zakelijk gerechtigde op de verwaarloosde woning of het verwaarloosd gebouw op de verjaardag van de registratiedatum.

§2. Indien er sprake is van een woning of gebouw in onverdeeldheid, wordt de belasting op naam van de onverdeeldheid gevestigd. Elke zakelijk gerechtigde is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. 

§3. In geval van overdracht van het zakelijk recht stelt de instrumenterende ambtenaar de verkrijger van het zakelijk recht er voorafgaandelijk van in kennis dat het goed is opgenomen in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen. De instrumenterende ambtenaar stelt de administratie binnen twee maanden na het verlijden van de authentieke overdrachtsakte in kennis van de overdracht, de datum ervan, en de identiteitsgegevens van de nieuwe zakelijk gerechtigde.

Bij gebrek aan kennisgeving wordt de overdrager van het zakelijk recht als belastingplichtige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.

Artikel 12

Tarief van de belasting 

§1. Het basisbedrag van de belasting op de eerste verjaardag van de opname bedraagt:

  • €2000 voor een verwaarloosde woning;
  • €2000 voor een verwaarloosd gebouw.

De belasting wordt vermeerderd met €1000 per bijkomende termijn van twaalf maanden dat het gebouw of de woning in het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen staat, met een maximum van 5 opeenvolgende termijnen van twaalf maanden (m.a.w. met een max. van €6000).

§2. Bij volledige overdracht van het zakelijk recht betreffende het gebouw of de woning begint de nieuwe zakelijk gerechtigde met de betaling van het basisbedrag van de belasting. De datum van authentieke akte van overdracht geldt dan als begindatum van de eerste opeenvolgende termijn van twaalf maanden.

§3. Staat de woning of het gebouw eveneens en gelijktijdig vermeld in het gemeentelijk leegstandsregister, dan dient de belastingplichtige ook de belasting op leegstand te betalen.

§4. Het belastingtarief is gekoppeld aan de index der consumptieprijzen en wordt jaarlijks geïndexeerd vanaf 1 januari 2027. Het aanvangsindexcijfer is het indexcijfer van december 2025 Het nieuwe indexcijfer is het indexcijfer van de maand december van het jaar dat de tariefaanpassing voorafgaat.

Artikel 13

Vrijstelling

§1. De zakelijk gerechtigde kan een vrijstelling van belasting aanvragen via beveiligde zending bij de administratie. Indien hij van een bepaalde vrijstelling, als vermeld in §2, gebruik wenst te maken, moet hij zelf de nodige bewijsstukken voorleggen. Indien de nodige bewijsstukken ontbreken, zal de administratie deze ontbrekende stukken opvragen. De zakelijk gerechtigde moet deze stukken vervolgens binnen een termijn van 14 dagen aanleveren. Een vrijstelling van de belasting kan aangevraagd worden bij de administratie via het daartoe bestemde inlichtingenformulier overeenkomstig artikel 14. 

§2. Van de belasting op verwaarlozing is vrijgesteld:

  1. de belastingplichtige waarvan de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing, voor een periode van maximum 24 maanden gerekend vanaf de datum van de handelingsonbekwaamheid. Een verlenging van deze vrijstelling kan worden aangevraagd bij het college van burgemeester en schepenen mits het voorleggen van een onderbouwd dossier; 
  2. de belastingplichtige die sinds minder dan één jaar zakelijk gerechtigde is van het gebouw of de woning, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor de periode van 12 maanden volgend op het verkrijgen van het zakelijk recht. Dit moet aangetoond worden door middel van een ondertekende notariële akte of een afschrift van de notariële akte met registratiebewijs of een attest van verkoop afgeleverd door de notaris. Deze vrijstelling geldt niet voor overdrachten aan:
    a) Vennootschappen waarin de vroegere houder van het zakelijk recht participeert, rechtstreeks of onrechtstreeks, voor meer dan procent van het aandeelhouderschap;
    b) Bloed- en aanverwanten tot en met de derde graad, tenzij ingeval van overdracht bij erfopvolging of testament;
  3. de woning die of het gebouw dat gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan en waarin de woning of het gebouw is aangeduid als te onteigenen goed. De woning kan geen voorwerp meer uitmaken van een omgevingsvergunning omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld;
  4. de woning die of het gebouw dat beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van 36 maanden volgend op de datum van de vernieling of beschadiging;
  5. de woning die of het gebouw dat onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt vanaf het begin van de onmogelijkheid tot daadwerkelijk gebruik tot 1 jaar na het einde van de onmogelijkheid. Een verlenging van deze vrijstelling kan worden aangevraagd bij het college van burgemeester en schepenen mits het voorleggen van een onderbouwd dossier;
  6. de woning die of het gebouw dat gerenoveerd wordt blijkens een niet-vervallen omgevingsvergunning voor stabiliteitswerken of sloopwerkzaamheden, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een termijn van 60 maanden én met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor de eerste afgeleverde vergunning voor het perceel waarop het gebouw of de woning staat en voor zover de werken worden aangevat uiterlijk binnen de 2 jaar na het verkrijgen van de vergunning en de werken voltooid zijn binnen een termijn van 3 jaar na aanvang van de werken. Indien de werken niet tijdig gestart zijn en niet tijdig voltooid zijn, is de belasting verschuldigd met terugwerkende kracht.
  7. de woning die of het gebouw dat eigendom is van of verhuurd wordt door: een erkende woonmaatschappij, het OCMW, de gemeente of het Vlaamse gewest, en op voorwaarde dat de woning en/of het gebouw gerenoveerd of verbouwd wordt binnen een ruimer renovatieproject van groepswoningen en waarvoor een gedetailleerde renovatieplanning werd ingediend bij het lokaal woonoverleg. Indien het lokaal woonoverleg akkoord gaat met de renovatieplanning, geldt deze vrijstelling voor een termijn van twee jaar, volgend op het moment dat de planning volledig is ingediend. De vrijstelling kan verlengd worden voor zover aan het lokaal woonoverleg kan worden aangetoond dat de plannen voortgang maken en het lokaal woonoverleg akkoord gaat met deze voortgang.
  8. de woning of het gebouw waarbij de verwaarlozing het gevolg is van overmacht, d.w.z. te wijten is aan redenen buiten de wil van de zakelijk gerechtigde van wie redelijkerwijze niet kan verwacht worden dat hij een einde stelt aan de verwaarlozing. De vrijstelling wegens overmacht wordt door de administratie steeds voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen. Het college beslist over de toekenning van deze vrijstelling.
  9. de woning die of het gebouw dat, krachtens decreet, beschermd is als monument, stads- of dorpsgezicht, of opgenomen is op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als monument, stads- of dorpsgezicht en waarvoor een restauratiepremie-dossier bij de bevoegde overheid is ingediend en ontvankelijk verklaard;

§3. De vrijstellingen 1 t.e.m. 9 vervallen vanaf het ogenblik dat de aanwezigheid van reclame aan of voor de woning of het gebouw wordt vastgesteld.

§4. Vrijstellingsaanvragen die door de administratie niet kunnen worden aanvaard, omdat ze niet (volledig) voldoen aan de voorwaarden gestipuleerd in §2 punten 1 tot en met 9 worden steeds voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen.  Het college neemt de eindbeslissing en kan ten allen tijde afwijkingen toestaan.

Artikel 14

Meldingsplicht: Inlichtingenformulier

§1. De belastingplichtigen ontvangen jaarlijks een inlichtingenformulier. Dit formulier moet volledig ingevuld en ondertekend door de belastingplichtige, aangevuld met alle relevante bewijsstukken, teruggestuurd worden binnen een termijn van 30 kalenderdagen te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het inlichtingenformulier.

Het inlichtingenformulier kan via één van de volgende kanalen worden ingediend:

  • e-mail: woonloket@gemeentebkz.be;
  • post: Gemeentebestuur Beveren-Kruibeke-Zwijndrecht, t.a.v. dienst Ruimtelijke Ordening & Wonen, team Wonen, Gravenplein 8, 9120 Beveren.

§2. Dient de eigenaar geen inlichtingenformulier in, dan wordt de belasting berekend conform de gegevens waarover de administratie beschikt.

Artikel 15

Wijze van inning

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

Artikel 16

Betalingstermijn

De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

Artikel 17

Toepasselijke regelgeving 

Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zijn de bepalingen van titel VII (Vestiging en invordering van de belastingen), hoofdstukken 1, 3, 4 ,6 tot en met 9bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit Wetboek van toepassing voor zover niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen.

Artikel 18

Bezwaarprocedure 

De vestiging en de invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen deze belasting bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk en per beveiligde zending worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde kalenderdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

De belastingschuldige heeft het recht om gehoord te worden. Indien hij van dit recht wenst gebruik te maken, dan dient hij dit expliciet te vermelden in het bezwaar.

Artikel 19

Inwerkingtreding

In afwijking van artikel 288, 1e lid van het Decreet Lokaal Bestuur, treedt dit reglement in werking op 1 januari 2026. 

Artikel 20

Het gemeenteraadsbesluit van Beveren van 17 december 2019 betreffende verwaarlozingsreglement en gemeentebelasting op verwaarloosde woningen en gebouwen wordt opgeheven met ingang vanaf aanslagjaar 2026.

Het gemeenteraadsbesluit van Kruibeke van 26 december 2019  betreffende gemeenteverordening, inclusief belasting, op verwaarlozing van gebouwen, woningen, appartementen en/of kamers wordt opgeheven met ingang vanaf aanslagjaar 2026.

Het gemeenteraadsbesluit van Zwijndrecht van 30 december 2017 betreffende reglement verwaarloosde woningen en gebouwen wordt opgeheven met ingang van 1 januari 2026.

Het gemeenteraadsbesluit van Zwijndrecht van 26 december 2020 betreffende belastingreglement verwaarloosde woningen en gebouwen wordt opgeheven met ingang vanaf aanslagjaar 2026.

Artikel 21

Overgangsregeling

Het aantal termijnen dat een woning of een gebouw reeds op het register van verwaarloosde woningen en gebouwen staat, wordt behouden bij ingang van dit nieuwe reglement. De termijn die in acht genomen wordt voor de heffing, wordt berekend vanaf de eerste opname op het verwaarlozingsregister of vanaf de datum van authentieke akte van overdracht.

Vrijstellingen die toegekend zijn op basis van een te vervangen reglement overeenkomstig artikel 20 blijven geldig voor de duurtijd die in dat reglement is voorzien.

Artikel 22

Bevoegdheden

De gemeenteraad belast de bevoegde administratie en het college van burgemeester en schepenen met de uitvoering van dit besluit.

Artikel 23

Bekendmaking 

Dit reglement wordt bekendgemaakt conform de artikelen 286,§1, 1° en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur.

Artikel 24

Toezicht 

Conform artikel 330 van het Decreet Lokaal Bestuur, brengt de gemeente de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking van dit reglement.